Artikel Door de ogen van Demi: 'Een visuele beperking kan ook een kracht zijn'

Een visuele beperking kan ook een kracht zijn

Door de ogen van Demi

Portretfoto van Demi

 

Demi (21) heeft Albinisme. Een aangeboren aandoening waardoor haar huid, haar en ogen geen pigment bevatten. Eén van de gevolgen is dat haar gele vlek, een gebied op het netvlies dat ervoor zorgt dat beelden worden scherp gesteld, niet goed is ontwikkeld. Een beperking? “Ja, maar ook mijn kracht,” weet Demi nu. “Het is een deel van mij en heeft me gemaakt tot wie ik ben: strijdlustig en ontzettend gemotiveerd om mijn doelen te bereiken.”

 

Jarenlang zag Demi haar aandoening wel als een belemmering. In haar laatste basisschooljaren werd ze gepest en op de HAVO ontkende ze haar aandoening daarom grotendeels. “Ik maakte geen gebruik van mijn speciale laptop, las uit de gewone boeken en die witte stok bleef tot mijn zestiende jaar ergens in huis verstopt,” deelt Demi. 

Ik deed er alles aan om ervoor te zorgen dat niemand zag dat ik ‘anders’ was.

 

Dat veranderde toen ze in het laatste schooljaar van de Middelbare school naar Barcelona zou gaan met haar klas. “De straat op in een vreemde stad… Dat zag ik totaal niet zitten. Naast mijn Albinisme had ik in die tijd een angststoornis, wat die gedachte ook niet makkelijker maakte. Ik besloot mijn stok daarom toch mee te nemen naar Spanje, in de hoop dat ik daarmee de stad durfde te verkennen,” aldus de 21-jarige uit Heerhugowaard. “En wat ben ik blij dat ik dat gedaan heb! Ik voelde me meteen een stuk veiliger. Ik realiseerde me: dit bracht mij zó veel meer dan het ontkennen van mijn beperking.”

 

Bij thuiskomst ging Demi op zoek naar wat er nog meer mogelijk was voor haar. Door te ‘googelen’ vond ze een revalidatiecentrum in Apeldoorn, wat haar erg aansprak. Daar kon ze leren omgaan met haar aandoening, door het leren van bepaalde vaardigheden en alledaagse handelingen. “Zo heb ik daar zelf leren koken en stofzuigen,” laat Demi weten. “Maar ik kreeg er bijvoorbeeld ook computertraining en ik leerde om te vertrouwen op het openbaar vervoer.”

 

Tijdens haar periode van revalidatie ontdekte Demi dat ze heel goed zelfstandig kan functioneren. Ook gaf het wonen en delen met andere mensen met andere visueel beperkte mensen van haar leeftijd, haar meer vertrouwen. Demi: “Ik ging mezelf en mijn beperking steeds meer accepteren. Voorheen deed het me heel veel als mensen een oordeel over mij hadden, mij definieerden op basis van mijn aandoening. Nu zie ik het meer als hun eigen beperking dat zij zo denken.”

Van ontkenning naar kracht

Deze ervaring maakte dat Demi, die al van jongs af aan wist dat ze in de hulpverlening wilde gaan werken, vol vertrouwen begon aan haar studie SPH aan de Hogeschool.

Ze behaalde haar propedeuse en besloot hierna om werkervaring op te gaan doen. Bij een reguliere basisschool kon Demi als onderwijs assistente aan de slag. Daar mocht ze een jongen begeleiden met een visuele en auditieve beperking. “Ik herkende veel van mezelf in deze jongen en was blij dat ik hem kon helpen,” vertelt Demi. Ze merkte tevens dat het in deze functie een groot voordeel was dat zij zelf ook een visuele beperking heeft. “Niet alleen omdat ik dezelfde ervaringen deel, maar ook omdat zowel de jongen als zijn ouders daardoor extra vertrouwen in mij hadden. Ze wisten dat ik wist waar ik het over had.”

Foto van Demi met bloemen om haar heen

 

Deze ervaring was een ommekeer voor Demi: “Na jarenlang de hulp van anderen te moeten accepteren, kon ik voor het eerst iets geven wat een ander niet kon geven. Dat was zo mooi!” Enthousiast vertelt Demi: “Ik realiseerde me dat ik met jongeren wil blijven werken en besloot Pedagogische Wetenschappen te gaan studeren om die droom te kunnen verwezenlijken.” In september gaat ze met deze studie beginnen. Vastberaden om later jongeren te kunnen helpen en begeleiden. Ze dat stukje hoop te geven dat zij ooit mocht krijgen van haar hulpverleners. En niet ondanks, maar mede dankzij haar beperking. “Ik weet nu dat een visuele beperking ook een kracht kan zijn. Een kracht die ik kan inzetten in mijn studie en, later, mijn werk.”